Uitstapjes in de ’80

Zonnestralen

𝗨𝗶𝘁𝘀𝘁𝗮𝗽𝗷𝗲𝘀 𝗶𝗻 𝘁𝗵𝗲 𝟴𝟬’𝘀

“Ina!!” roept mij moeder op zaterdagmorgen 9.00 uur. ”Wakker worden kind, ome Herman is er en jullie gaan eropuit. “Ergens tussen 1984 en 1987 moet dit zijn geweest. Eens in de zoveel tijd was het zover. Op stap met ome Herman en zijn knaloranje VW Kever uit de seventies.

In die periode kwam de Kever al niet meer regelmatig van stal. Hij reed 80 km per uur over de snelweg want sneller wilde de auto niet aldus mijn oom. Het is één van de goede herinneringen aan een heel bijzonder mens. Dat was hij toen al en is hij ook gebleven. Mijn broers, zus en ikzelf moesten allemaal eerst ouder worden om dat te kunnen zien. 

Die dag die ik net beschreef nam hij ons (mijn broer en ik) mee naar een klein pretpark. Iets wat toen der tij niet vaak gebeurde, een pretpark bezoeken. Wat we ook weleens deden was naar de Noordoostpolder rijden om aardappelen te halen. Het klinkt erg saai en dat zou het ook zijn geweest als ome Herman er niet een ware belevenis van maakte. Bij een tussenstop onderweg naar huis, met de aardappelen VOORIN de kofferbak (de motor zat achter in de auto), bezochten we een (truckers)café. Voor mij helemaal nieuw, waarschijnlijk voor ome Herman een bekende plaats. Nadat er koffie en limonade was besteld vroeg hij of ik niet een lied wou zingen. Dus voor ik het wist stond ik met een echte microfoon op een podium het liedje “Ik ben boer Harms” van de Dutch Boys na te doen. Ik zong uit volle borst en na mijn “optreden” werd ik beloond met een Mars. Mijn dag, wat zeg ik, weekend, kon niet meer stuk. De Kever werd na het uitstapje weer zorgvuldig opgeborgen in de garage bij zijn huis om hem vervolgens de rest van het jaar met rust te laten.

Kluizenaar of ultieme vrijheid

Als kind dacht ik altijd dat ome Herman een soort kluizenaar was. Alleen in zijn huisje, niet verder komend dan het dorp Sint Nicolaasga en het huis van mijn moeder. De kijk op de zaak veranderde voor ons als kinderen naarmate wij ouder werden en de wereld gingen verkennen. Want ome Herman bleek dit ook te doen. Zo ben ik hem tegengekomen in de bus naar Joure, Heerenveen, Sneek, Leeuwarden en Emmeloord. Later kwam ik hem, tijdens stapavonden, zelfs tegen in de kroeg. Dansend nog wel. Eén van ons liep hem zelfs tegen het lijf tijdens Koninginnedag in Amsterdam! 

Een verhaal waar we nog smakelijk om kunnen lachen want het enige wat hij bedenken kon te zeggen tegen mijn broer die dag was: “Ssstttt, niet tegen je moeder zeggen hoor!” De man hield duidelijk wel van feestjes en kwam in alle uithoeken van het land met behulp van het openbaar vervoer. Zijn kennissenkring bleek dus ook veel groter dan wij dachten. 

In onze kinderjaren gold voor ons allemaal dat ome Herman bij de familie hoorde. Regelmatig kwam hij koffiedrinken, at hij mee of bracht hij de was die mijn moeder trouw voor hem deed. 

Toen eenieder van ons een eigen plek kreeg wist ome Herman dit pad ook te vinden. Ook dan kwam hij regelmatig langs om koffie te drinken, mee te eten en soms ook gewoon voor de gezelligheid. Met hem kon je praten over van alles en nog wat, hij wist overal wel iets van. Een brede interesse zullen we maar zeggen. Mede verkregen door het vele lezen van ongeveer alle kranten die er maar te krijgen waren. Zoals de woorden in “Het regent zonnestralen van Acda en de Munnik ” zo mooi zeggen: “Herman leest wel 100x de krant”. Dit klopte als een bus. Want de krant die las hij. Hij las hem zodanig dat hij erin wegkroop. Tot grote ergernis van onze moeder die, als hij weer was vertrokken, lang bezig was de krant weer op orde te maken, soms zelfs te strijken om alle kreukels eruit te halen. Van voor naar achter en weer terug, zo las hij de krant. Op een gegeven moment ging onze moeder de krant uit pure ellende aan elkaar vastnieten zodat deze in ieder geval op volgorde bleef.

Werken

Uiteindelijk werden wij ouder en ome Herman ook. De jaren verstreken en toen ik de puberleeftijd bereikte vonden we het weleens lastig of vervelend als hij langskwam. In die periode werkte hij niet en dit deed hij ook al een aantal jaren niet meer. De geschiedenis van dat verhaal voerde terug naar de jaren ‘70-‘80. Nadat hij als jongeman bij een fietsenfabrikant in dienst was gekomen werd op een gegeven moment ook daar, net als overal, geautomatiseerd. Hier kon hij zich niet in vinden en hij kon er ook niet mee omgaan. Hij was zeer gewend en gehecht aan zijn eigen manier van werken en kon het niet opbrengen hier een verandering in te brengen. Een verandering die voor een ander misschien klein leek maar voor hem onoverzichtelijk en groot. Dit kostte hem zijn baan en sindsdien zat hij thuis. Pas later toen wij ouder werden gingen wij beter begrijpen waarom het zo lang had geduurd eer hij weer aan het werk ging. Ook zagen we het verband tussen wat hem was overkomen en zijn voorliefde voor het verzamelen van heel veel spullen, met name fietsen. Al deze spullen en de fietsen kregen een eervolle plaats zowel in huis als in de schuur en eromheen.

Deze verzamelwoede leidde echter tot een probleem welke hij zelf niet meer op kon lossen. Zo heeft de gemeente op zeker moment zijn huis leeggehaald, waarschijnlijk na tig van waarschuwingen en klachten van aanwonende buren. Dit is hem echter niet in de koude kleren gaan zitten. Zijn spullen, zomaar weggehaald. Zijn troep zoals een ander dat zag, zomaar weg. Die troep, zijn spullen, gaven hem nu eenmaal een gevoel van geborgenheid en veiligheid. En al hoe zeer wij ook ons best deden aan hem uit te leggen waarom dit niet kan met buren die aan je vast wonen, hij kon het niet begrijpen. De pijn was groot, en de kern van het probleem zeker niet opgelost. Zo duurde het ook niet lang of andere spullen werden weer gestaag meegenomen naar huis en kregen dezelfde eervolle plaats in woning en schuur en ja, ook eromheen. Gevolg van de ontruiming was wel dat geen mens, op een enkeling na, meer binnen mocht komen.

De omschakeling.

Toch kwam ook voor hem een moment van omschakelen. Er kwam een moment dat hij weer aan het werk moest. Een goede ontwikkeling aldus onze moeder. En gelijk kreeg ze. Het deed hem goed weer aan het werk te zijn als conciërge in het Theresiahuis in Joure. Waar hij voorheen niet zo heel goed op zichzelf paste werd dat daar voor hem gedaan. Zijn kleren werden weer schoon door ze daar te (laten) wassen, een warme maaltijd kreeg hij op zijn tijd en boven alles ontstond er een sociaal leven met collega’s in alle leeftijdscategorieën. Door weer aan het werk te gaan kreeg hij ook meer zin om weer bij ons allen langs te gaan. Zo werden de kraamfeesten, verjaardagen, kerstdagen, eerste communies et cetera weer allemaal bijgewoond door ome Herman. Wel kwam hij liefst op eigen gelegenheid, dan kon hij ook zelf bepalen wanneer weer naar huis te gaan.

Toen onze moeder overleed in 2007 was voor ons allemaal het centrum van samenkomst verdwenen, ook voor ome Herman. Gelukkig wist hij het pad naar onze huizen te vinden en zo kon het traditiegetrouw vieren van verjaardagen, kerst en andere dingen ook met hem erbij plaats vinden.

Dus kwam hij ook bij -6 graden steevast op de fiets naar Koufurderigge (boerderij van mijn zus) met het beroemde doosje achterop. Het doosje “onzin” zoals hij zelf altijd zei. Maar met kerst was deze goed gevuld. Altijd een aardigheidje voor de gastvrouw en voor alle jonge kinderen een chocolaatje en een aardigheidje. Hij genoot volop van dit soort dagen. Dagen met familie, lekker eten, lekker drinken en het liefst een uitgebreid gesprek. 

Op het moment van schrijven is het vroeg donker en kerst is net achter de rug. Ome Herman wordt gemist op tweede kerstdag als we met zijn allen rond de tafel zitten. We hebben dan vaak nog wel een herinnering of een mooi verhaal over meerdere mensen en uiteraard ook over ome Herman. Zoals er bij de foto van mijn ouders een kaarsje brandt tijdens de donkere maanden steken we er ook één aan bij ome Herman zijn foto. Zo nu en dan worden we toch, ook al wil je dat liever niet, weer even teruggevoerd naar de periode waarin hij zo ziek was en veel meer bij ons kwam dan anders. Zoals eerder al geschreven werkte ome Herman in Joure maar ook voor hem kwam er een dag dat hij met pensioen moest. Een aantal maanden voor deze datum werd hij ziek. Hij was benauwd, hield vocht vast en ervaarde algehele malaise. Het werken kon hij afmaken en met pensioen gaan gebeurde ook werkelijk. Hoe goed het hebben van deze structuur werkelijk voor hem was werd langzamerhand pijnlijk duidelijk. Een aantal maanden na zijn pensioen heeft hij in het ziekenhuis gelegen. Daar lapten ze hem weer wat op om hem vervolgens weer naar huis te sturen met instructies en medicatie.

Door het gemis van de structuur (mede) en het ziek zijn werden medicijnen soms niet of deels ingenomen. Ook niet op de juiste tijd en al snel veranderde zijn dag- en nachtritme. Na een aantal maanden omklungelen met ritjes naar huisarts en soms dokterswacht mocht hij  langer dan een paar dagen in het ziekenhuis blijven. Eerst wilde hij dit niet maar na een week begon het hem redelijk goed te bevallen. Aan een ziekenhuisopname komt echter ook een eind en dus ging hij weer naar huis. Liefst met de bus ook nog. Dit ging maanden zo door en aangeboden hulp kon hij niet aannemen. Wij als familie hadden onze deuren wijd voor hem opengezet dus als het nodig was kon hij altijd langskomen of bellen. De bezoekjes werden frequenter en je merkte aan hem dat hij gewoon iemand om zich heen wou. Paranoia en angst voerden de boventoon als hij in zijn eigen huis was, die plek die altijd zo veel geborgenheid bood. Hij cirkelde steeds verder naar beneden, knapte niet op maar werd ook niet lichamelijk zieker. Een diagnose is ons nooit verteld, misschien wist hij het zelf niet of hij wilde het niet vertellen. 

Op een zondagavond stond hij ineens weer voor de terrasdeuren. Die avond is hij lang gebleven en die avond zal ik nooit vergeten. Want na een week, op een zaterdagmorgen, werden wij op de hoogte gebracht van het feit dat ome Herman was overleden. Hij had zichzelf, in een moment van misschien paniek, angst of machteloosheid, bevrijd van het psychisch en lichamelijk lijden dat hem zo in de macht had. Op 15 oktober 2016 was hij er gewoon ineens niet meer…

Verdriet en ongeloof voerden in het begin de boventoon. Al snel werden de handen ineengeslagen om te zorgen voor een waardig en eervol afscheid. Omdat wij, en zo staat het ook in de rouwadvertentie, respect hadden voor zijn keuze. Hoe moeilijk ook, dat respect dat was er. Het nummer van Acda en de Munnik (Zonnestralen) werd dan ook gedraaid op zijn uitvaart. Een uitvaart die in het teken stond van respect, houden van en muziek die daarbij hoorde. En al wordt het nummer van Acda en de Munnik heel anders bedoeld, voor ons is het altijd onlosmakelijk met hem verbonden. En nu hij niet meer in ons midden is, werd de volgende zin onmiskenbaar betekenisvoller: 

♫ 𝗛𝗲𝗿𝗺𝗮𝗻 𝗹𝗲𝗲𝘀𝘁 𝘄𝗲𝗹 𝟭𝟬𝟬 𝘅 𝗱𝗲 𝗸𝗿𝗮𝗻𝘁 𝘀𝘁𝗮𝗮𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗲𝗿 𝗲𝗰𝗵𝘁 𝗽𝗮𝗴𝗶𝗻𝗮 𝟭𝟴 𝘇𝘄𝗮𝗿𝘁 𝗼𝗺𝗿𝗮𝗻𝗱. 𝗛𝗶𝗲𝗹𝗱 ‘𝗶𝗲 𝘃𝗿𝗼𝗲𝗴𝗲𝗿 𝗮𝗹 𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗺𝗲𝗻𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗮𝗹𝘇𝗶𝗷𝗻 𝗱𝗿𝗼𝗺𝗲𝗻 𝘀𝘁𝗶𝗹, 𝗻𝘂 𝗶𝘀 𝗵𝗶𝗷 𝗻𝗶𝗸𝘀 𝗺𝗲𝗲𝗿 𝗻𝗶𝗲𝗺𝗮𝗻𝗱 𝗻𝗲𝗿𝗴𝗲𝗻𝘀 𝗺𝗲𝗲𝗿 𝗲𝗻 𝗸𝗮𝗻 𝗱𝘂𝘀 𝗴𝗮𝗮𝗻 𝘄𝗮𝗮𝗿 𝗶𝗲 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝘄𝗶𝗹 ♫ (Acda en de Munnik, Het regent zonnestralen)

𝗜𝗻 𝗹𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲𝘃𝗼𝗹𝗹𝗲 𝗵𝗲𝗿𝗶𝗻𝗻𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴

(𝗼𝗺𝗲) 𝗛𝗲𝗿𝗺𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗟𝗮𝗻𝗴𝗲

* 6-7-1949 † 15-10-2016

Herken je je hierin, heb je hulp nodig of ken je iemand die hulp nodig heeft? Bel 113. of bezoek http://www.113.nl. Rouw is iets wat je niet alleen hoeft te ervaren. Loop je vast of kom je er niet uit? http://www.coachverliesnoord.nl.